En toch gaat het niet door. Toen ik vernam dat het idee over een musical over Aletta Jacobs in staat van aanname was dacht ik terug aan mijn moeder. Mijn moeder die trainingen in assertiviteit kreeg of gaf (dat weet ik niet meer precies). Of die talloze keren dat ik met haar meeging naar het vrouwen cafe. Een huiskamer waar allemaal vrouwen bij elkaar kwamen vertellen over hun dagdagelijkse perikelen. Als klein kereltje mocht ik dan mee, en terwijl ik net deed alsof ik speelde luisterde ik natuurlijk naar alles wat er allemaal verteld werd. Erg veel heb ik hiervan geleerd.
Sowieso heb ik een hele hoop van haar geleerd. Over mensen. Mannen die zich stoerder voor doen dan dat ze zijn, en hoe je dat gemakkelijk kunt doorzien (met alle gevolgen van dien, want mannen, en dan vooral de onzekere en autoritaire types vinden mij daarom vaak niet zo interessant…) Vrouwen die het spel blijven spelen van nee=ja en ja=nee en alles wat daar tussen in zit is een reden tot discussie. uiteraard met de conclusie dat zij gelijk heeft. “Iedereen veegt zijn kont af”. Iets dergelijks heb ik vaak gehoord van mijn moeder, en de strekking doet er eigenlijk niet eens zoveel toe; het lijkt me duidelijk waar het over gaat. Iedereen probeert voor zijn of haar belang op te komen als het nodig is.
Er heeft een strijd gewoed. Een strijd over bezit. Een meer confronterende periode tussen een vrouw en een man heb ik op zakelijk vlak zelden meegemaakt. Onverwacht had ik te maken met een zeer assertieve vrouw die vasthield aan het idee dat ik mijn kinderen moet afstaan omdat deze enkel en alleen onder haar zouden moeten opgroeien. Kortom, een soort draagmoederschap, van een vader. Een moeilijke keuze:
vrouw: “zullen we kinderen nemen?”
man: “ja, laten we dat doen!”
vrouw: “maar, besef wel; jij hebt hier zometeen niks over te vertellen!”
man: “…het zijn toch ook mijn kinderen?”
vrouw: “nee, de mijne, want ik vroeg het als eerste…”
Een idiote stelling. Het lijkt wel een sprookje. Een sprookje die bijna was uitgegroeid tot een productie waaraan ik met al mijn liefde aan zou hebben meegewerkt, maar ik doe het niet. Om de bovenstaande regel. Lichtelijk teleurgesteld, dat wel, maar ik heb genoeg meegekregen aan informatie om te bedenken hoe ik voor mijzelf kan opkomen. Dat niet altijd leuk is, weet ik ook. Daarvan heb ik voldoende voorbeelden gezien en in de praktijk meegemaakt. Een iets waarvoor ik mijn moeder erg dankbaar ben. Helaas, ik ga geen muziek schrijven over iemand die een fantastisch emancipatie-statement heeft gemaakt. Hoe ik hierop ook had gehoopt. Er komt wel een andere mogelijkheid, ik weet het zeker. Maar voor nu is het even een mijmering die langzaam uitdooft in de nachtelijke lucht. De wind waait om mijn huis en in mijn hart schijnt alweer de zon…
















Arnold, ik wie op syk nei in ferrassing fan 10 sekonden, no lês ik dit ferhaal, sterk en spitich. Saaklik, yntellektueel, artistyk, soks kinst allinne mei in protte gefoel by-inoar hâlde. Bist der alwer oerhinne skriuwst,it bliuwt spitich mar ‘t is wol sterk.
Wijbren.
Tanke wol Wijbren!
Arnold, dat zijn mooie woorden. Ik ken je moeder, en ik ken jou enigzins van de zijlijn. Helaas wordt egoisme en hebberigheid soms vertaald als emancipatie. Ik denk dat ik dat als vrouw best mag zeggen. Onder de vlag van “dit is het beste voor de kinderen” raken vele kinderen en vaders beschadigt. Gelukkig is niet iedereen zo.
Dikke kus, Marielle
Dank je wel Marielle, ja – ‘t is een dubbele ‘n bijna metaforische moraal. Zo ben ik, en als mensen dus projecten met mij doen dan komt dit erbij. Dit is waarom ik voor de muziek gekozen heb. Dikke kus terug
Dag Arnold, Ik kom via Facebook ‘toevallig’hier uit. Ik kende je muziek nog niet…prachtig mooi en gevoelig. En wat bijzonder dat je frysk van oorsprong en fan van het noorden bent, daarin vinden wij elkaar. Je zingt in het Gronings…en het Frysk dan, is dat ook een taal die je inspireert?
Ik lees uit je geschiedenis welke belangrijke rol je moeder heeft gespeeld in je leven. Maakt mij benieuwd naar de plek van je vader. Mogelijk lees ik daar nog eens wat over.
Hartelijke groet,
Hillie